Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Drachten Zuid/West
Onze website is nog in aanbouw. Voor meer informatie, klik hier.
Agenda
| Thijs Oosterhuis |
|
Naam: Thijs Oosterhuis Woonplaats: Dalfsen Gezin: Getrouwd met Janny de Graaf en samen ouder van drie kinderen: Tim (1993), Hanne (1995) en Bas (1999). Hobby’s: Pianospelen, tennis en lezen. Van toen naar nu Ik ben geboren op 29 oktober 1961 als de jongste spruit van een groot gezin. Mijn ouders mochten 11 kinderen krijgen, waarvan er nog 10 in leven zijn. Eén zusje van mij (Tineke) is voor mijn geboorte al overleden, toen mij ouders nog in Indonesië woonden. De andere 10 hebben allemaal al weer hun eigen gezinnen met kinderen (en de meesten ook met kleinkinderen). We waren een echt gereformeerd gezin. Liefde voor de Heer en zijn kerk werd ons met de paplepel ingegeven. Het geloof had een duidelijke plaats in ons gezinsleven. Bij elke maaltijd werd er gelezen en gebeden en de warme maaltijd ’s avonds werd besloten met psalmgezang. M’n ouders hebben zich altijd heel loyaal opgesteld naar de kerk en dat vroegen ze ook van hun kinderen. Zo werd er op zondag niet geschaatst of andere activiteiten ondernomen, waarmee je je broeders of zusters, die daar moeite mee hadden voor het hoofd zou kunnen stoten. Achteraf denk ik dat ze daar wel eens te ver in gingen, maar we leerden op die manier in ieder geval wel, dat het belangrijk is om in de kerkelijke gemeenschap rekening te houden met de gevoeligheden van een ander. Na de middelbare school ging ik naar de Sociale Academie in Zwolle. Ik heb daar een goede tijd gehad, die ook heel vormend is geweest. Ik heb er o.a. oog gekregen voor de sociale component in heel veel situaties. Niet dat dit het één en het al is, maar het speelt wel bijna altijd een (bij)rol ook bij veel kerkelijk zaken. Na mijn studie aan de Sociale Academie heb ik me in 1985 aangemeld voor de vooropleiding van de (toen nog) Theologische Hogeschool aan de Broederweg in Kampen. De belangrijkste reden om te beginnen aan de theologische studie was dat ik graag als zendeling of kerkelijke opbouwwerker in het buitenland wilde werken. De zendingsachtergrond van mijn ouders heeft beslist een rol gespeeld bij deze keuze. Tijdens mijn studie leerde ik mijn vrouw kennen, Janny de Graaf, die gelukkig niet onwelwillend stond tegenover mijn zendingsambities. We zijn getrouwd in mei 1990. Nog tijdens de studie werd Tim (1993) geboren en twee jaar later Hanne (1995). Nog voordat ik de studie had afgerond stond ik al in contact met Deputaten BBK om uitgezonden te worden naar het eiland Sumba in Indonesië ter ondersteuning van de zusterkerken aldaar. Op 12 september 1996 vertrokken we naar Indonesië. Na een introductietijd van enkele maanden op Kalimantan Barat bij ds. Johannes Jonkman zijn we doorgereisd naar Sumba. Het is een hele vormende tijd geweest, maar niet altijd even gemakkelijk. De armoede van onze geloofsgenoten op Sumba (en in veel andere delen van de wereld) is groot. Die armoede is ook een belemmering voor de opbouw van het kerkelijk leven. Niet in de laatste plaats omdat het een ondermijnende invloed heeft op het onderling vertrouwen en de saamhorigheid. Bas werd geboren in Hattem tijdens ons verlof in 1999. We zijn daarna nog een jaar teruggegaan om uiteindelijk te repatriëren in de zomer van 2000. Ik had een baan gekregen als regiocoördinator bij De Verre Naasten en voor DVN gewerkt van 2000 – 2006. Ik heb bij DVN heel veel geleerd van het werken voor een organisatie en natuurlijk ook heel veel indrukken opgedaan tijdens werkreizen voor DVN. Ik heb daarvan in ieder geval geleerd, dat je onder heel verschillende omstandigheden en op heel veel verschillende manieren vorm kan geven aan het gemeente zijn van Jezus. Ik heb daardoor wel relativeren, maar ik ben niet relativistisch geworden. Bij DVN ging ik wel het werk missen, waar ik voor was opgeleid, namelijk dat van predikant. Tegelijk bleef ook het buitenland trekken. Toen kreeg ik een advertentie onder ogen van de Protestantse Gemeente van Aruba. Het leek een buitenkans: werken in de tropen en tegelijk binnen de grenzen van het Nederlandse Koninkrijk. Het klikte tussen ons en de gemeente op Aruba en zo zijn we in de zomer van 2006 naar Aruba vertrokken. We hebben daar een hele goede tijd gehad en ik heb daar drie jaar lang heel intensief als gemeentepredikant gewerkt. Daar heb ik heel veel van geleerd. Na drie jaar moesten we weer afscheid nemen van Aruba en gingen we vanuit Aruba al uitkijken naar werk in Nederland. Mijn vrouw vond de advertentie van Drachten Zuid West voor een tweede bearbeider op het internet. Het leek een mooie uitdaging om vorm te geven aan zo’n functie en een goede mogelijkheid om in Nederland weer aan de slag te komen. Nadat ik een half jaar in Drachten als tweede predikant aan het werk was kreeg ik een deeltijd beroep van de gemeente in Neede. Ik heb dit beroep aangenomen en vanaf mijn bevestiging in Neede op 24 januari 2010 werk ik in Neede als gemeentepredikant voor 50% en voor de andere 50% in Drachten als tweede predikant in Drachten Z/W met een afgebakende taak. Waarom predikant? Wat mij enorm aanspreekt in het predikantswerk, is dat je door de verkondiging van het evangelie een enorme verdieping mag geven aan het leven van de gemeenteleden. De dieptepunten, die we in ons leven ervaren zijn nooit zonder hoop en de hoogtepunten van het leven mogen we zien in het perspectief van Gods Koninkrijk en de weg die God met ons gaat, waardoor we de vreugde op die momenten nog veel intensiever beleven. Ik ervaar het als een enorm voorrecht, dat ik dat vanaf de kansel, op catechisatie en in persoonlijke gesprekken mag verwoorden. Drachten Z/W in één zin… Drachten is een uit z’n voegen gegroeid dorp. In de jaren ’60 en ’70 is de ene nieuwbouwwijk tegen de andere aangekwakt om voldoende woonruimte te bieden aan al die mensen, die vooral vanuit de noordelijke provincies op Drachten afkwamen om werk te vinden bij Philips en ander bedrijven. Drachten Z/W is daardoor een echte import gemeente. De mensen worden niet bij elkaar gehouden door oorspronkelijk sociale verbanden van dorp, streek of familie, maar zullen zelf op zoek moeten gaan naar wat hen samenbindt. Hier liggen uitdagingen, maar tegelijk ook kansen voor gemeenteopbouw. |